dinsdag 18 oktober 2011

Grip houden


We worden geconfronteerd met een nieuwe afkorting. Dit keer eentje die gevolgen heeft voor de manier waarop onderzoek wordt uitgevoerd en onderzoeksgelden worden uitgegeven.
Iedereen die een beetje met onderzoeksaansturing te maken heeft, praat momenteel over PPS. PPS staat voor Publiek Private Samenwerking. Alle onderzoeks- en innovatietrajecten moeten uitgevoerd worden in PPS’en. Dit PPS-denken komt voort uit de focus van de overheid op de topsectoren. 

Voor de land- en tuinbouw geld dat het ministerie van EL&I bedacht heeft dat deze sectoren behoren tot de top van de Nederlandse economie. Daar wordt vanuit het ministerie dan ook geld in gestoken. Wees gerust, het is bestaand geld dat opnieuw verdeeld wordt en per saldo is het minder dan voorheen.

Het ministerie is eveneens van mening dat de topsectorenagenda moet worden uitgevoerd in samenwerking binnen een nieuwe gouden driehoek: overheid, onderwijs en bedrijfsleven. Je voelt hem al aan: uiteraard alleen dan wanneer het bedrijfsleven meefinanciert.
Een mooie beleidslijn waarmee de aansluiting bij ontwikkelingen bij ondernemers goed zou kunnen worden geborgd. Echter in de uitwerking zitten een aantal zorgelijke ontwikkelingen.

De financiën die de overheid heeft geregeld hebben al een bestemming: WUR. De thema’s die zijn benoemd zijn ook al vastgelegd in de topteamagenda. Het is logisch dat agenda’s van topteams abstract en generiek zijn geformuleerd. Immers, topsectoren beslaan meerdere deelsectoren en meerdere ketenschakels.De kans is echter reëel dat de abstracte topsectoragenda nu wordt omgezet in een abstracte onderzoeksagenda. Of daar ontwikkelingen op bedrijfsniveau bij aansluiten is maar de vraag. De beweging die nu gemaakt wordt lijkt sterk op een gouden driehoek waarbij overheid bepaalt, bedrijfsleven betaalt en universiteit het geld opmaakt.

In de ideale wereld zouden ondernemers aan het stuur moeten zitten voor de uitgaven van zowel bedrijfsleven als overheid. De overheid moet dan faciliteren en eventueel stimuleren. Uiteraard hoort er bij besteding van dit soort gelden marktwerking te zijn. Monopolisme in onderzoek zou een liberaal getint kabinet niet moeten willen.

Het kan nog wel, immers er is een structuur waarbij ondernemers intensief meedenken in onderzoeksbesteding en ook verantwoording nemen voor deze bestedingen. Dit geldt in ieder geval voor de vollegrondsgroente. De financiele verantwoordelijheid zullen de telers in deze structuur nooit uit handen geven. Collectief geld kan immers maar één keer worden uitgegeven.

donderdag 15 september 2011

Ondernemers in topsector

Bijzondere wereld waar we inzitten; blijkbaar is er ergens een licht gaan branden waardoor de tuinbouw ineens door Jan en alleman omarmd wordt als topsector. Da’s mooi want dat zou kunnen betekenen dat er ruimte ontstaat voor ondernemers in de tuinbouw. Maar vervelend bijverschijnsel is het ontstaan van allerlei overlegstructuren die van zichzelf vinden dat ze de tuinbouw moeten ondersteunen, structureren, faciliteren, profesionaliseren en meer van deze goed bedoelde acties. Het vervelende is dat er structuren ontstaan die elkaar voor de voeten lopen en daarvoor uiteraard financien nodig hebben. Daar komt dan nog bij dat bestaande structuren ook weer de noodzakelijke dwang hebben om zichzelf te bewijzen. Gevolg is dat partijen naar elkaar gaan kijken wanneer het om financien gaat en zelf de weg zoeken wanneer profilering beter past. Recent voorbeeld is de houding van Greenport Holland om het PT als heffingsinstantie te gebruiken, waarna Greenport Holland de geinde gelden besteedt aan haar eigen agenda. Een foute benadering! Immers dit past zeker niet in de manier waarop heffingsbetalers over het PT denken.

De recente ondernemerspeiling van het PT wijst naast een nogal negatieve houding t.a.v. het PT uit, dat er wel degelijk een aantal zaken belangrijk zijn die collectief geregeld moeten worden. De houding t.o.v. beslisstructuur binnen het PT geeft aan dat deze structuur maar zeer beperkt vertrouwd wordt. Er is hieruit maar een goede conclusie te trekken: beslissingen over bestedingen van collectief geld moeten gedaan worden door degene die deze gelden opbrengen. Er is immers wel degelijk draagvlak voor iets collectiefs. Maar dan wel op basis van eigen zeggenschap en grip op eigen ingebrachte gelden. Juist de organisatie hiervan ligt bij de dragende organisaties. Immers dragende organisaties zijn private collectieve organisaties die zich continu moeten verantwoorden aan leden. Juist in deze noodzaak tot verantwoorden licht de verplichting om de eigen overheid aan te sturen. Een productschap immers, is wel degelijk een overheid, ook al is dit profiel een half jaar geleden ten onrechte om zeep geholpen.

Wanneer de dragende organisaties verantwoording nemen voor aansturing van de productschappen zal ook duidelijk worden dat er een beperkt aantal productschaptaken noodzakelijk is en een groot deel van de taken de verantwoording van de dragende organisatie zelf is. De vollegrondsgroente sector geeft, tegen de stroom in, al jaren aan dat het productschap slechts een beperkt aantal taken moet uitvoeren die door de heffingsbetalers worden aangegeven. Hoe zo’n schap er uit moet zien is invulling.

De portemonnee aan nog weer een ander orgaan geven past niet in het respect dat ondernemers in de tuinbouw verdienen. En juist dit ondernemerschap zorgt er voor dat de tuinbouw een topsector is.

Ulko Stoll

zondag 3 juli 2011

Vieze derrie

Het begrip stinkend rijk vindt zijn basis in mest. Tot zo’n 70 jaar geleden was iemand die in bezit was van mest een rijk man. Zo iemand noemde men stinkend rijk. Immers mest was een belangrijk ingrediënt om planten maximaal te laten groeien en dat was de basis voor voldoende voeding. Inmiddels zijn we zover dat mest wordt gezien als afval! De huidige eigenaar die van mest af wil betaalt grif geld om van dit afval af te komen. We hebben het overigens wel over andere mest; 80 jaar geleden was mest mooie vaste uitgerijpte stalmest met zowel organische stof als een hele rits aan mineralen en spore elementen. Tegenwoordig is het gros van de mest vieze derrie. Voor drijfmest is immers nauwelijks een betere omschrijving te vinden.

Blijkbaar hebben we in de afgelopen 80 jaar een afslag genomen waarin een waardevol goed is verworden tot een afval product. Je kunt je afvragen of de telers van planten de juiste partij zijn om deze vieze derrie te verwerken. Het antwoord is simpel.
De teler van planten zoals de vollegrondsgroenteteler wil mineralen hebben om zijn gewassen zo goed moegelijk te laten groeien. Deze mineralen moeten in de juiste hoeveelheid en op het juiste moment beschikbaar zijn. Daarvoor zijn diverse slimme meststoffen die in verschillende vorm worden toegediend of op een of andere manier langzaam vrij komen. In ontwikkeling zijn hele slimme meststoffen met een belofte waarin grote efficiëntie wordt gerealiseerd en die daarbij nauwelijks emissie opleveren.
Het is spijtig dat moderne meststoffen kunstmatig worden gefabriceerd terwijl in Nederland een overvloed aan goede mineralen is die toegediend wordt zonder dat deze efficiënt benut worden. Drijfmest is inefficiënte bemesting. De vollegrondsgroenteteler wil goede mest en die mag van dierlijke oorsprong zijn maar dan moeten mineralen in vaste gehaltes op het goede moment vrij komen.

Blijft de vraag wie neemt initiatief om drijfmest te verwerken tot kwalitatief goede mest? Het perspectief om mest als afval te zien zorgt er voor dat de dierlijke sector niet in staat is om een innovatie in te zetten waarmee ze van deze afvalstof weer een waardevol (bij)product kunnen maken.
Feitelijk zouden telers van planten niet moeten accepteren dat ze de afvalproducten van de veehouderij verwerken. Pas wanneer iedereen gaat zien dat drijfmest inderdaad vieze derrie is dan wordt het mogelijk om te werken aan een waardevol mestproduct. Wellicht worden de veehouders dan weer net als vroeger “stinkend rijk”.

Ulko Stoll

woensdag 20 april 2011

MVO

MVO maatschappelijk verantwoord ondernemen is blijkbaar de manier waarop we moeten ondernemen. Ik ben nog erg op zoek naar het verschil tussen MVO en duurzaam. Tot een paar jaar geleden het begrip duurzaam gekaapt door de milieu organisaties en daarmee vooral gefocused was op het beginsel planet, maar daar is ook weer een verandering in gekomen.
In mijn ogen dekt beide begrippen dezelfde houding t.o.v. de samenleving. Duurzaam is iets wat vanuit maatschappelijk perspectief wordt bekeken en MVO een begrip vanuit het perspectief van het bedrijfsleven. MVO is actueel en dat geldt juist in de vollegrondsgroentesector. Vollegrondsgroentetelers zijn zich volledig bewust van de omgeving, ze zijn goed werkgever, leveren betrouwbare, lekker producten en weten dat ze onderdeel zijn van de plattelandsgemeenschap. Er zijn legio voorbeelden van vollegrondsgroentetelers die hun energie inzetten t.b.v. de gemeenschap, als trainer of voorzitter van de voetbalclub, als klankbord in werkgroepen van de gemeente, als sponsor van een sportveld, ik kan nog heel veel voorbeelden noemen. Deze vollegrondsgroentetelers weten dat ze een beslag leggen op de ruimte in de gemeenschap daarvoor leveren ze iets terug. Ze verantwoorden de maatschappelijk rol die ze hebben in zo’n plattelandsgemeenschap.

Ook de werkgeversrol is er een van verantwoording afleggen. Arbeidstijden binnen de CAO, betaling volgens CAO, niet alleen werkgever maar ook huisbaas en deze rol als huisbaas uitvoeren zoals je zelf bewoner zou willen zijn. En daarbij ook zorgen voor ontspanning voor de medewerkers en geen overlast voor omstanders. Besef daarbij dat deze medewerkers er voor zorgen dat winkels op het platteland in stand blijven. De verantwoording naar werknemers wordt gewaardeerd, dat blijkt door de vaste groep medewerkers die vollegrondsgroentetelers om zich heen hebben verzameld. Ieder jaar komt de vaste groep uit Polen, Litouwen, Roemenie, Bulgarije enz. terug om te werken en wonen bij hun eigen vollegrondsgroenteteler. De verantwoording van deze ondernemer naar mensen en omgeving is continu punt van aandacht. Op http://www.youtube.com/watch?v=OAii3NBR3tY zijn diverse voorbeelden te zien van Maatschappelijke verantwoording naar de omgeving in de vollegrondsgroentesector.

Verantwoording nemen en afleggen aan de maatschappij is daarmee onderdeel geworden van de bedrijfsvoering. Maar wat heb je eraan als de overheid zijn maatschappelijke verantwoording niet neemt en haar handelen af laat hangen van opiniepeilers waardoor er geen consistent beleid kan worden gevoerd. Het vrije verkeer van personen en goederen in Europa is als overheidsbeleid inmiddels overruled door korte termijn sentimenten. Hoe kan een ondernemer zijn maatschappelijke verantwoording nemen als de overheid niet de verantwoording neemt om meer dan drie maanden constant beleid te voeren rond tewerkstellingsvergunningen.

Ulko Stoll

zondag 13 maart 2011

#Hastag

Computergebruik en internet zorgen er voor dat schijnbaar onnozele tekens heel belangrijk worden. Waar jaren terug een a met een slinger niet zoveel voorstelde, blijkt in adressering op de digitale snelweg een apestaart enorm belangrijk te zijn. Recent voorbeeld van zo’n opgewaardeerd teken is het teken dat op een telefoon als hekje bekend staat. Ik wist niet dat op het toetsenbord van een computer ook een hekje stond. Het blijkt shift 3 te zijn en wordt geen hekje maar hastag genoemd. En zo’n hastag heb je dan weer nodig bij twitter.
Twitter is zo’n ontwikkeling waarbij je niet kunt voorspellen of het een hype is of een serieus communicatiekanaal. Ik ben er wat sceptisch dat komt vooral omdat privé en zakelijk de neiging hebben heel erg door elkaar te lopen. Nu hoort bij het “nieuwe werken” wel een 24 uur per dag bereikbaarheid, waarmee vanzelfsprekend de zakelijke activiteiten doordringen in je privé leven, maar de privé beslommeringen door laten dringen in de zakelijke wereld is voor mij een minder logisch gevolg.
Wanneer twitter een communicatiemiddel is zal dit middel ook gericht moeten worden op een doelgroep. Een zakelijke doelgroep is doorgaans minder geïnteresseerd in een verjaardag of een uitslag van een wedstrijd simultaan dammen op zaterdag. Een sociale doelgroep is dan weer minder geïnteresseerd in de toelating van een gewasbeschermingsmiddel en welk knelpunt daarmee is opgelost.
Het neemt niet weg dat twitter voor allerlei figuren een middel is om heel simpel een mening of een actualiteit te verspreiden naar de volgers. Confronterende meningen hebben ook nogal eens de neiging om overgenomen te worden door allerlei andere media. Blijkbaar hebben twitteraars een grote behoefte aan profilering en waarschijnlijk hebben ze een boodschap en zendingsdrang.
Toch kan ik me ook voorstellen dat twitteren onderdeel is van een communicatiestrategie waarin zaken die van belang zijn voor een klantengroep of potentiële klantengroep onder de aandacht worden gebracht. Daarmee kan een bedrijf zijn klanten van zeer actuele informatie voorzien. De openheid van twitter voegt daarbij iets toe t.a.v. contact met potentiële klanten.
Mijn scepsis blijft maar is het onderzoeken waard. Ik ga de komende tijd via #VGGroentenet maar eens onderzoeken of twitter een hype is, of een communicatiemiddel dat iets toevoegt. Ik beloof dat ik daar niet zal ingaan op de wedstrijd bankdrukken voor beginners;)

Ulko Stoll