zondag 3 juli 2011

Vieze derrie

Het begrip stinkend rijk vindt zijn basis in mest. Tot zo’n 70 jaar geleden was iemand die in bezit was van mest een rijk man. Zo iemand noemde men stinkend rijk. Immers mest was een belangrijk ingrediënt om planten maximaal te laten groeien en dat was de basis voor voldoende voeding. Inmiddels zijn we zover dat mest wordt gezien als afval! De huidige eigenaar die van mest af wil betaalt grif geld om van dit afval af te komen. We hebben het overigens wel over andere mest; 80 jaar geleden was mest mooie vaste uitgerijpte stalmest met zowel organische stof als een hele rits aan mineralen en spore elementen. Tegenwoordig is het gros van de mest vieze derrie. Voor drijfmest is immers nauwelijks een betere omschrijving te vinden.

Blijkbaar hebben we in de afgelopen 80 jaar een afslag genomen waarin een waardevol goed is verworden tot een afval product. Je kunt je afvragen of de telers van planten de juiste partij zijn om deze vieze derrie te verwerken. Het antwoord is simpel.
De teler van planten zoals de vollegrondsgroenteteler wil mineralen hebben om zijn gewassen zo goed moegelijk te laten groeien. Deze mineralen moeten in de juiste hoeveelheid en op het juiste moment beschikbaar zijn. Daarvoor zijn diverse slimme meststoffen die in verschillende vorm worden toegediend of op een of andere manier langzaam vrij komen. In ontwikkeling zijn hele slimme meststoffen met een belofte waarin grote efficiëntie wordt gerealiseerd en die daarbij nauwelijks emissie opleveren.
Het is spijtig dat moderne meststoffen kunstmatig worden gefabriceerd terwijl in Nederland een overvloed aan goede mineralen is die toegediend wordt zonder dat deze efficiënt benut worden. Drijfmest is inefficiënte bemesting. De vollegrondsgroenteteler wil goede mest en die mag van dierlijke oorsprong zijn maar dan moeten mineralen in vaste gehaltes op het goede moment vrij komen.

Blijft de vraag wie neemt initiatief om drijfmest te verwerken tot kwalitatief goede mest? Het perspectief om mest als afval te zien zorgt er voor dat de dierlijke sector niet in staat is om een innovatie in te zetten waarmee ze van deze afvalstof weer een waardevol (bij)product kunnen maken.
Feitelijk zouden telers van planten niet moeten accepteren dat ze de afvalproducten van de veehouderij verwerken. Pas wanneer iedereen gaat zien dat drijfmest inderdaad vieze derrie is dan wordt het mogelijk om te werken aan een waardevol mestproduct. Wellicht worden de veehouders dan weer net als vroeger “stinkend rijk”.

Ulko Stoll