woensdag 21 juni 2017

Kosten van arbeid


Er lijkt weer een cao te zijn afgesloten voor de open teelten. cao onderhandelingen blijken iedere keer weer voor moeilijke discussies te zorgen waarbij zowel vakbonden als werkgeversorganisaties proberen om voor de desbetreffende leden er het beste uit te halen. Het is jammer dat bonden en werkgeversorganisaties het elkaar lastig maken in onderhandelingssituatie. Immers de rechtvaardiging van een cao is dat afspraken kunnen worden gemaakt waarbij wederzijdse voordelen kunnen worden gerealiseerd. In een onderhandelingssfeer is het lastig om de gezamenlijkheid te vinden. Daarbij is er ook frustratie die niet thuis horen in een cao overleg. De frustratie bij de vollegrondsgroentetelers t.a.v. kosten van arbeid komt naar voren in de cao onderhandelingen. Immers omringende landen hebben aantrekkelijke regelingen voor tijdelijke arbeid. De medewerkers ontvangen in Nederland, België en Duistland netto evenveel alleen de kosten voor de werkgever zijn, juist voor tijdelijke arbeid niet gelijk. De toeslagen in Nederland blijken beduidend hoger. De discussie hierover hoort echter niet aan de cao tafel maar bij de politiek te worden gevoerd.

Belasting op inspanning
Wanneer er wat nadrukkelijker stil wordt gestaan, moet je concluderen dat de basis waarop belasting en toeslagen worden geheven, gebaseerd is op de economie van eind 19e eeuw. Het is, nuchter bekeken, heel vreemd dat belasting wordt geheven op inspanning. En dat is nu juist wel hoe het in elkaar zit: arbeid, dus inspanning wordt belast. Logischer is het om belasting te innen op gebruik van materiaal of verbruik van eindige grondstoffen. Inspanning zou juist beloond moeten worden!
Blijkbaar hebben we een belastingstelsel dat gebaseerd is op de economische werkelijkheid van 1890. Toen was er nog geen consumptiemaatschappij maar een maatschappij waarbij basisbehoeften geproduceerd werden. De arbeid om deze productie te realiseren was goedkoper dan de grondstoffen. Dus was belasten van arbeid een voor de hand liggende maatregel.
Ruim 100 jaar verder is geschikte arbeid een schaars goed en zijn grondstoffen relatief goedkoop. Dat betekent dat een andere basis voor belastingheffing veel meer past bij de huidige economische werkelijkheid. Een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op gebruik via een al dan niet gestaffelde verbruiksbelasting sluit beter aan.



Er is wel de nodige politiek moed voor nodig om deze verandering door te voeren. Om deze verandering enige kans te geven moeten de vakbonden als sociale partners worden gezien om gezamenlijk een structuurwijziging onder de aandacht van de politiek te brengen. Vanuit een onderhandelingssituatie is het echter lastig om elkaar als partners te zien. Definiëring van de rol van sociale partners en wederzijdse waardering is wellicht de start van echte structuur wijzigingen.

donderdag 26 maart 2015

TopGear

Dit wordt een branche vreemde weblog maar sluit wel aan bij mijn ervaring met modern management.

Het contract van topgear presentator Jeremy Clarkson wordt niet verlengd, dat is een eufemisme voor hij wordt ontslagen. Natuurlijk is het een rare kwibus die niet weet waar zijn grenzen liggen en daarmee is Clarkson vooral een kleuter, maar de manier waarop de BBC dit oplost is heel erg storend.

TopGear is voor mij vrijdagavond vermaak en valt in dezelfde categorie als Curry en Van Inkel en Leo van der Goot. En ik zou Rob Stenders te kort doen als ik hem niet zou noemen. Dit zijn artiesten die interessant zijn juist omdat ze naast de lijntjes kleuren. Daar kun je geen modern management op los laten. Immers perfect binnen de lijntjes kleuren levert een mooie hond op en een 10 van de juffrouw maar wanneer van die hond een prachtige leeuw wordt gemaakt kan het niet beoordeeld worden met bestaande beoordelingsmethoden. En dat is nu net wat artiesten doen: naast de lijntjes kleuren en Clarkson is een artiest. Artiesten beoordeel je het beste langs en Rock en Roll meetlat.

In de Rock en Roll hangen ze aan kroonluchters en smijten ze televisies door de hotelkamer. En ze slaan elkaar op de bek. Maar als ze dan weer nuchter zijn beseffen ze dat ze weliswaar een klootzak in het gezicht hebben gemept maar dat dat wel een klootzak is waarmee fantastische muziek wordt gemaakt. Door gaan dus. Wanneer Mick Jagger en Keith Richards middels modern management waren beoordeeld, zouden de Rolling Stones geen 5 jaar hebben bestaan.

Daar is het waar de BBC het verkeerd aan pakt. BBC had niet moeten oordelen volgens modern management maar de bal terugkaatsen: “Dus jij hebt een probleem Clarkson? Los het op en val ons er niet mee lastig.” En dan was het opgelost zoals kleuters in de zandbak het oplossen nadat ze elkaar van de step hebben geduwd: “Zullen we weer vriendjes zijn, want samen maken we toch de aller vetste zandkastelen”.



Ulko Stoll

zaterdag 30 maart 2013

Mooie verhalen


Jeugdheld Bennie Jolink heeft ooit eens de achterhoekse kroeghobby “sprekken” uit proberen te leggen: “Verhalen mogen tot in het oneindige herhaald worden als het maar mooi gebracht wordt!”
Deze zienswijze krijg ik meer en meer voor ogen als de huidige ontwikkelingen in communicatie worden beschreven: communicatie middels verhalen. Eén van de maatschappelijke trends is waardering voor authenticiteit van mensen en producten. De communicatieaanpak die daar bij past is het vertellen van mooie verhalen. Laat de vollegrondsgroentesector nou vol zitten van authenticiteit en bijbehorende mooie verhalen.
We hebben fantastische producten die van een zaadje groeien tot een voedingsproduct met mineralen en vitaminen die de mensen nodig hebben om lekker in het veld te zitten en gezond te leven. Plantengroei is het meest duurzame proces op aarde; vanuit een zaadje, zonlicht en water wordt voedsel geproduceerd. En de vollegrondsgroenteteler mag dit proces begeleiden. Een fantastisch verhaal dat niet vaak genoeg verteld kan worden.
Maar ook mooie verhalen over de tuinder die overdag zijn producten laat oogsten door de huisvrouwen uit het dorp en ’s avonds en in het weekend trainer is van de voetballende kinderen van deze huisvrouwen. Dit is als ondernemer verantwoording nemen voor de directe omgeving. Een verhaal dat perfect duidelijk maakt wat de essentie is van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.
En wat te denken van de telers die zich in zetten voor hun teelt en hun producten, en daarbij zichzelf exploiteren als motivator achter dit product. Als liefhebber en ambassadeurs hebben ze allemaal mooie verhalen in zich. Ze vertellen met liefde en zijn niet te beroerd om daarbij de nodige zelfspot te hanteren. Mooie verhalen waar je niet genoeg van kunt krijgen.
En uiteraard de jonge gasten die van school komen en geen zin hebben om voor een baas te werken en daarom maar een paar hectare huren van een dorpsgenoot om daar groenten op te telen. Er zijn er inmiddels een flink aantal die vanuit deze nul positie een stevig bedrijf hebben opgebouwd. Trots op hun bedrijf en trots om hun eigen kunnen. Succesvol ondernemerschap is altijd een mooi verhaal.
Een van de kenmerken van de vollegrondsgroenteteler is de zelfredzaamheid. Een gevolg daarvan is dat iedere teler zijn eigen verhaal heeft over zijn bedrijf, zijn motivatie en zijn toekomstperspectief. Deze verhalen zijn stuk voor stuk de moeite waard. We zitten in een tijd waarin deze mooie verhalen een toegevoegde waarde zijn voor de producten. Het cultiveren en vertellen van mooie verhalen lijkt een kracht van de vollegrondsgroentesector te worden.

donderdag 14 februari 2013

Boer pas op je kippen


“Boer pas op je kippen” is een opmerking die een productschapmedewerker in de kerstvakantie naar mij maakte. In mijn naïviteit dacht ik dat de afbouw van de productschappen gepaard zou gaan met een redelijke voortzetting van de lijn die de dragende organisaties in de productschappen afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Helaas blijkt er ineens helemaal geen redelijke voortzetting te zijn maar een situatie waarin zoveel mogelijk van de erfenis wordt toegeëigend voordat de begrafenis heeft plaatsgevonden. In een slechte bui zou je het lijkenpikkerij kunnen noemen. Afgestoten activiteiten zoals het Groentenfruitbureau blijken ineens vanuit een (technisch) faillissementssituatie een beroep te kunnen doen op een borgstelling uit de productschapreserves.

De activiteiten die waard zijn om een vervolg te geven worden zonder meer geclaimd door enkele dragende organisaties. En wanneer er inzicht is in reserves van een aantal fondsen blijkt dat projectenbureaus van dragende organisaties ineens een focus hebben op de sectoren waar de reserves nog aanwezig zijn.
En heb maar niet de illusie dat het transparant gebeurt. Achterkamertjes en ritselen zijn aan de orde van de dag.

Gelukkig zijn er ook partijen die bezig zijn om op de resten van de productschappen een nieuwe orde te scheppen en de eigen rol tegen het licht te houden. Ik houd me maar vast aan het idee dat naïviteit in het algemeen een positieve eigenschap is.

Voorspelling


                         
Vorig jaar op de Fruitlogistica was ik met in een gesprek een aantal sectorgenoten. Het was een gezelschap van zowel telers als groothandelaren. Zoals zo vaak ging het gesprek over de positie van de teler in de keten. Een gedeelde conclusie was dat het niet lang meer zou duren totdat de keten niet meer om de teler heen kan en dat de teler dan ook een stevige positie zou hebben. Het beeld was dat telers in de vollegrondsgroente door de schaalgrootte en specialisatie een beter marktinzicht zouden ontwikkelen dan de groothandel en de inkoper van de supermarkt. Juist de focus op de gespecialiseerde teelt van de teler zorgt voor een volledig inzicht in de marktpositie. De gedeelde focus met andere producten van groothandel en supermarktinkoper zorgt voor een minder inzicht dan de teler. Daarvoor is het nodig dat telers met elkaar samenwerken. En in een aantal gewasgroepen zou dit op korte termijn gaan gebeuren.

Een jaar later zou je voorzichtig de conclusie kunnen trekken dat dit inderdaad aan het ontstaan is. In een aantal gewassen is er een goede samenwerking tussen telers in kleine collectieven en is het cowboy gedrag om altijd de laagste prijs te kunnen maken aan het verdwijnen. Daar komt bij dat in deze gewassen het aantal producerende collectieven nauwelijks groter is dan het aantal inkopende supermarkten. Uiteraard houden de collectieven elkaar scherp op kwaliteit en kosten. Maar juist dit kostenbewustzijn zorgt er voor dat ook nee kan worden gezegd.

Dit is een situatie die in een klein aantal gewassen aan het ontstaan is. En werkt in een situatie waarbij de producten voor de Nederlandse markt worden geproduceerd. Hiermee ontstaat een situatie waarin niet de teelt versnipperd is maar de tussenhandel dusdanig versnipperd is geworden dat het haar bijna onmogelijk wordt gemaakt toegevoegde waarde te leveren. Of de ontwikkeling een doorlopende trend is, is maar net de vraag.

Het besef dat het marktinzicht kan doorslaan naar de teler biedt perspectief voor de zelfbewuste teler die open staat voor marktontwikkelingen.


woensdag 31 oktober 2012

Einde van productschap


Het nieuw te vormen kabinet heeft in het regeringsakkoord vermeld dat de product- en de bedrijfsschappen worden opgeheven. Laat duidelijk zijn dat dit geen nieuw gegeven is, immers in de tweede kamer is eind vorig jaar al een motie aangenomen tot het opheffen van de product- en bedrijfsschappen. De discussie of het erg is of productschappen worden opgeheven is wellicht leuk voor analisten en historici maar voor nu niet ter zake doende.
Waar het om gaat is hoe de zaken geregeld moeten worden zonder productschappen. 
De LTO Vakgroep vollegrondsgroente heeft al sinds jaar en dag aangedrongen op een beperkt aantal taken bij de productschappen. Dat zijn:
- Uitschrijven van verordeningen specifiek voor de sector.
- collecteren van gelden van iedereen om zaken te regelen die iedereen aangaat.
Alle andere zaken behoren door belangenorganisaties, ketenpartijen en ondernemers(groepen) te worden gedaan. Dat het productschap tuinbouw buiten deze basistaken heeft geopereerd, heeft meegewerkt aan de stellingname in dit regeerakkoord. Maar dat is een analyse die nu niet ter zake doende is.
Verordeningen
Voor uitvoeren en uitschrijven van verordeningen zal LTO nadrukkelijker de contacten bij het ministerie van EZ (voorheen EL&I) moeten gebruiken om wetgeving te regelen. Nu is meer wetgeving zeker geen speerpunt van LTO, integendeel. Logischer is om zaken via convenanten, gedragscodes, keuringen of certificeringen te regelen (bijvoorbeeld een knolcyperus verordening in samenspraak met keuringsdiensten en gedragscode voor grondgebruikers). Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemers en LTO om in gesprek te gaan met de omgeving en verstandige afspraken te maken.
Collectief geld
Voor het collecteren van geld is het opheffen van de productschappen het resultaat van een al langer lopend proces in de ontwikkeling tot een nieuwe collectiviteit. Dat is een collectiviteit van kleine collectieven, thema gedreven, oplossingsgericht en flexibel.

Als knelpunten echte knellend zijn is er altijd een mogelijkheid te vinden met belanghebbenden om tot oplossingen te komen. Knelpunten zijn doorgaans economisch van aard dus is er financiële ruimte om deze op te lossen.
Voor innovatie is iets anders aan de gang: De r&d bij ondernemers zit bij Willie wortels die achter de schuur machinetjes in elkaar lassen en gebruiken. Soms zelf, soms samen met de buurman of met het mechanisatiebedrijf en dikwijls zat ook met ketenpartijen. Deze kracht en deze initiatieven gaan de basis vormen voor innovatie in de toekomst. Daar hoort uitwisseling bij binnen gesloten groepen. Financiering van deze initiatieven is divers maar via eigen investeringen gekoppeld aan subsidies of projecten wel degelijk te vinden.
Deze werkwijze zien we al een paar jaar in de vollegrondgroente plaats vinden waarbij LTO Vollegrondsgroente.net in veel gevallen betrokken is. Met het verdwijnen van de productschappen zullen innovators verder voorop gaan lopen. Dat is geen uitholling van collectiviteit maar dat is ontwikkeling van de sector die past bij een opschaling en een steviger positie in de keten.
Dat LTO aansluiting moet houden bij deze voorlopers is vanzelfsprekend. Het helpt als de eensgezindheid binnen de vollegrondsgroentesector ook bij de rest van LTO gaat landen.
Ulko Stoll

dinsdag 18 september 2012

Biologisch <–> gangbaar; onzinnige tegenstelling


De toespraak van Aalt Dijkhuizen bij de opening van het academisch jaar leiden tot scherpe tegenstellingen tussen biologische en gangbaar. Vreemd, maar wel herkenbaar. De stellingname van biologische aanhangers lijkt op een fanatisme dat voorkomt uit een bijna religieuze overtuiging. Het benoemen van de verschillen tussen biologisch en gangbaar om tot een conclusie te komen dat een van de twee beter is doet onrecht aan de productiesystemen die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld met hetzelfde doel; voedselzekerheid voor de burger.

Wanneer beide teelten vanuit een marktperspectief worden bekeken dan laat de biologische teelt zien dat het mogelijk is om in een bulkmarkt als groente wel degelijk een onderscheidend segment te ontwikkelen. Een segment met emotie en een specifieke doelgroep. Het biologische segment schept daarmee mogelijkheden voor verdere segmentering.
De gangbare tuinbouw moet dan ook niet gaan lijken op biologisch maar zoeken naar een alternatief onderscheidend vermogen op smaak, herkomst, authenticiteit, modern of gemak. Het uitwisselen van wederzijdse productietechnieken leidt wel tot versterking, maar het image van biologisch gebruiken in de gangbare teelt, leidt tot minder herkenbaarheid van het biologische segment en is daardoor marktverstorend.

Dijkhuizen stelt dat 9 miljard mensen in 2050 alleen maar kunnen eten als de opbrengsten per m2 toenemen. En daar heeft hij gelijk aan, voedselzekerheid blijft van belang. Dat daarbij intensievere teeltmethoden horen is een directe afgeleide van de stelling. Daar hoort geen keuze bij van de ene teeltmethode of de andere maar daar hoort een keuze bij van innovatiesprongen. Andere teeltmethoden, met slimme technieken, met het vakmanschap van de tuinder die niet vanuit tegenstellingen denkt maar vanuit een marktperspectief.

De productietoename 50 jaar geleden is niet gerealiseerd door bestaande technieken te optimaliseren maar door nieuwe technieken toe te voegen op gebied van veredeling, mechanisatie en gewasbescherming. 9 miljard mensen voeden en de wereld in stand houden voor de generaties na die 9 miljard, heeft alle denkkracht nodig. Onzinnige tegenstelling leiden daarbij niet tot oplossingen.