donderdag 14 februari 2013

Boer pas op je kippen


“Boer pas op je kippen” is een opmerking die een productschapmedewerker in de kerstvakantie naar mij maakte. In mijn naïviteit dacht ik dat de afbouw van de productschappen gepaard zou gaan met een redelijke voortzetting van de lijn die de dragende organisaties in de productschappen afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Helaas blijkt er ineens helemaal geen redelijke voortzetting te zijn maar een situatie waarin zoveel mogelijk van de erfenis wordt toegeëigend voordat de begrafenis heeft plaatsgevonden. In een slechte bui zou je het lijkenpikkerij kunnen noemen. Afgestoten activiteiten zoals het Groentenfruitbureau blijken ineens vanuit een (technisch) faillissementssituatie een beroep te kunnen doen op een borgstelling uit de productschapreserves.

De activiteiten die waard zijn om een vervolg te geven worden zonder meer geclaimd door enkele dragende organisaties. En wanneer er inzicht is in reserves van een aantal fondsen blijkt dat projectenbureaus van dragende organisaties ineens een focus hebben op de sectoren waar de reserves nog aanwezig zijn.
En heb maar niet de illusie dat het transparant gebeurt. Achterkamertjes en ritselen zijn aan de orde van de dag.

Gelukkig zijn er ook partijen die bezig zijn om op de resten van de productschappen een nieuwe orde te scheppen en de eigen rol tegen het licht te houden. Ik houd me maar vast aan het idee dat naïviteit in het algemeen een positieve eigenschap is.

Voorspelling


                         
Vorig jaar op de Fruitlogistica was ik met in een gesprek een aantal sectorgenoten. Het was een gezelschap van zowel telers als groothandelaren. Zoals zo vaak ging het gesprek over de positie van de teler in de keten. Een gedeelde conclusie was dat het niet lang meer zou duren totdat de keten niet meer om de teler heen kan en dat de teler dan ook een stevige positie zou hebben. Het beeld was dat telers in de vollegrondsgroente door de schaalgrootte en specialisatie een beter marktinzicht zouden ontwikkelen dan de groothandel en de inkoper van de supermarkt. Juist de focus op de gespecialiseerde teelt van de teler zorgt voor een volledig inzicht in de marktpositie. De gedeelde focus met andere producten van groothandel en supermarktinkoper zorgt voor een minder inzicht dan de teler. Daarvoor is het nodig dat telers met elkaar samenwerken. En in een aantal gewasgroepen zou dit op korte termijn gaan gebeuren.

Een jaar later zou je voorzichtig de conclusie kunnen trekken dat dit inderdaad aan het ontstaan is. In een aantal gewassen is er een goede samenwerking tussen telers in kleine collectieven en is het cowboy gedrag om altijd de laagste prijs te kunnen maken aan het verdwijnen. Daar komt bij dat in deze gewassen het aantal producerende collectieven nauwelijks groter is dan het aantal inkopende supermarkten. Uiteraard houden de collectieven elkaar scherp op kwaliteit en kosten. Maar juist dit kostenbewustzijn zorgt er voor dat ook nee kan worden gezegd.

Dit is een situatie die in een klein aantal gewassen aan het ontstaan is. En werkt in een situatie waarbij de producten voor de Nederlandse markt worden geproduceerd. Hiermee ontstaat een situatie waarin niet de teelt versnipperd is maar de tussenhandel dusdanig versnipperd is geworden dat het haar bijna onmogelijk wordt gemaakt toegevoegde waarde te leveren. Of de ontwikkeling een doorlopende trend is, is maar net de vraag.

Het besef dat het marktinzicht kan doorslaan naar de teler biedt perspectief voor de zelfbewuste teler die open staat voor marktontwikkelingen.